Gloed / Sandor Marai

7 Jan 2014

Zoals John Williams pas na zijn dood een bestseller had met Stoner, zo ook heeft Sandor Márai vergeefs gewacht op internationaal succes. Márai werd geboren in 1900 in Oostenrijk-Hongarije en studeerde in Leipzig, Frankfurt en Berlijn. In Parijs was hij correspondent voor de Frankfurter Zeitung. Hij vertaalde Kafka en werd met zijn eigen romans een gevierd auteur in de dertiger jaren.

Toen de communisten na de tweede Wereldoorlog aan de macht kwamen en hem het schrijven en publiceren onmogelijk maakten, vluchtte Sandor Márai in 1948 eerst naar Italië en vandaar naar de Verenigde Staten.

In San Diego bleef hij schrijven, maar voor een heel klein publiek, omdat hij in het Hongaars schreef, zijn moedertaal, en zijn romans in Hongarije niet uitgegeven mochten worden. In 1989 pleegde Márai zelfmoord. Hij was 88 en het communisme was zojuist begonnen verleden tijd te worden. Zijn herontdekking zou nog 10 jaar op zich laten wachten.

 

In 1942 publiceerde hij in Budapest A gyertyák csonkig égnek wat 'Kaarsen branden altijd tot de stomp' betekent. In het Engels vertaald met Embers en in het Nederlands met Gloed.

 

Een verhaal vol nostalgie naar de verloren multiculturele era van het Habsburgse Rijk.

 

Gloed is een onvergetelijk verhaal over een driehoeksverhouding vol liefde, vriendschap, verraad, trots en ware adel. In zijn kasteel aan de voet van de Karpaten begroet de oude aristocraat een oude vriend die hij eenenveertig jaar geleden voor het laatst zag. Gedurende die avond en nacht duelleren de twee met woorden en lange pauzes, herinneringen en beschuldigingen over en weer en vatten daarmee hun levens samen en dat van de ontbrekende derde, de vrouw van de aristocraat.

 

In dit onvergetelijke boek laat Márai zien aan welke ontluistering mensen worden blootgesteld, wanneer liefde en vriendschap verstrengeld raken met haat en bedrog.

 

 

Please reload

© Uitgeverij Terebint