Woesten / Kris van Steenberge

27 Jan 2014

De Belg Kris van Steenberge heeft goed naar de verhalen van zijn grootvader geluisterd en een dijk van een debuut neergezet. Een boekhandelaar zei: 'Van Steenberge schrijft niet met inkt, maar met buskruit.' Heel treffend want de Eerste Wereldoorlog fluistert op de achtergrond van dit verhaal, dat zich ondanks die oorlog toch hoofdzakelijk bezig houdt met een man en een vrouw die een tweeling krijgen; een beeldschoon en puntgaaf, de ander zo mismaakt dat hij gesluierd door het leven gaat.

Van Steenberge gebruikt de beproefde methode van jonge schrijvers die veel te vertellen hebben: hij laat in vier verhalen eerst de vrouw aan het woord, dan de man, vervolgens de zonen. In het laatste verhaal komen de twee broers elkaar na jaren weer tegen, de oorlog is ten einde, het land ligt in puin, en krijgt het boek ineens iets van een ouderwetse, bloedstollende detective. Wie pleegde de moord en waarom?

Maar eigenlijk gaat het daar niet om in dit boek. Dorp en stad, burgers en buitenlui worden geloofwaardig neergezet en krachtig beschreven. Het huwelijk van Elizabeth en Guillaume dat langzaam kapot gaat, de ontwikkeling van de tweeling. De mysterieuze meneer Funke die iedere dinsdag Elizabeth bezoekt om over boeken te praten; meneer pastoor die wil dat Elizabeth kantklost voor de heiligenbeelden in de kerk. Guillaume raakt aan de drank, negeert zijn tweede, mismaakte zoon, die in een klooster verdwijnt. De eerste zoon studeert in Brussel, ontmoet daar een meisje en zijn grootmoeder. De vier levens worden nog verder ontwricht door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Na de oorlog is het puinruimen en opnieuw beginnen. Dat lukt... gedeeltelijk. 

 

 

- meesterlijk debuut    

- België, begin 20e eeuw

- rasechte verhalenverteller

 

 

 

Please reload

© Uitgeverij Terebint