Komt een paard de kroeg binnen / David Grossman

15 Nov 2015

Op het toneel staat Dov Grinstein, een zevenenvijftig jaar oude stand-upcomedian en zijn show loopt niet lekker. Voor deze voorstelling in een treurig, klein theatertje op een industriegebied in Netanja heeft hij een jeugdvriend uitgenodigd, een gepensioneerde rechter die onlangs zijn vrouw verloren heeft. Ze hebben elkaar veertig jaar niet gezien of gesproken.

 

Dov verdwaalt in een monoloog zonder einde, vertelt af en toe een mop, omdat dat van hem verwacht wordt, maar het publiek mort, sommigen verlaten de zaal. De rechter herinnert zich de jonge Dov, met wie hij naar wiskundebijles ging, en heeft zo zijn redenen bang te zijn voor het vervolg van de onnavolgbare monoloog. Er zit een dwergachtig vrouwtje in de zaal die Dov ook nog kent van vroeger.

De stand-upcomedian beweegt als een op hol geslagen marionettenpop over het toneel, slaat zichzelf, valt en staat weer op, schreeuwt en fluistert, lacht en verleidt, scheldt en vloekt. En legt uit wie hij is, waar hij vandaan komt, wie zijn ouders waren. Het publiek raakt in de war. Waar gaat dit over? Is het een bekentenis, een beschuldiging?

 

Dit boek is hilarisch en triest, heel joods en Israëlisch. Het gaat dieper dan je kan bevroeden en leest als een who-done-it. Je pakt het op en kan het niet meer neerleggen.

 

 

 

Please reload

© Uitgeverij Terebint