De bedelaar had geen dwarsfluit

9 Dec 2015

Sommige verhalen komen van ver. In mei 1975 bewoonde ik een trieste zolder op de

Frankrijkstraat in Eindhoven. Overdag was ik strak in een mooi grijs pak, dat mijn

moeder nog voor mij kocht, onmisbaar op de afdeling Toonbanklicht van Philips Nederland.

Na het werk onderging ik een metamorfose en stortte mij op mijn schrijverschap. Ik schreef

krankzinnige verhalen. Ik heb ze allemaal nog. Een ervan blijkt een vroege versie van wat nu

In de hof van Eden heet, maar toen nog De bedelaar bij de brug. Voor dit magisch-realistische

verhaal overwoog ik het pseudoniem Erik Beken. Eer ik beken... Wat ik toen niet wilde bekennen,

zal voor altijd in nevelen gehuld blijven. Peter Schilders was een ander pseudoniem, waarmee

ik de tweestrijd tussen schrijven en schilderen die in mij woedde, wilde aangeven. En dan was er

nog W.A.L. Gelijk. Het is duidelijk dat 1975 geen goed jaar was en dat verklaart waarom ik mijzelf

tien maanden later in Israël opnieuw uitvond.

 

Terwijl ik door die verhalen bladerde, ontdekte ik dat in vele de dwarsfluit een prominente

rol speelt en ik herinner mij nog waarom. Mijn benedenbuurman, een smalle jongen met

wild krullend zwart haar, een student, bespeelde dit instrument, terwijl hij zich door zijn

vriendin oraal liet bevredigen. 'Zij een fluit, ik een fluit,' was zijn motto. In de muziekstukken

die hij speelde en die door de houten vloer mijn zolder bereikten, herkende ik de muzikale

fases die tot zijn orgasme leidden: andante, adagio, allegro con brio, accelandro, impetuoso,

crescendo... waarna de rust a capella terugkeerde en ik mijzelf vertwijfeld afvroeg waarom

ik geen muziekinstrument bespeelde. De bedelaar bij de brug had geen dwarsfluit, hij had

verhalen. Binnenkort in de bundel De hoer van Horatius.

 

 

 

Please reload

© Uitgeverij Terebint