De making of... De hoer van Horatius / 4

27 Sep 2016

4. De engel in de els

 

 Over de meeste verhalen die in de bundel zijn opgenomen waren we het snel eens, maar over De engel in de els hebben we veel gesteggeld. Zoekend naar de juiste vorm schreef hij verschillende versies en mijn voorkeur ging uit naar degene die zich in Nederland afspeelde. Joost koos een andere. Ook dit verhaal ontstond aan de keukentafel, in Nieuwegein, waar hij eind jaren tachtig was neergestreken. De Engel is een kind van de multicolored beast. Het is echt een Nederlands verhaal, ook al besloot Joost het in Israël te laten plaatsvinden.

 

Ongeveer een jaar geleden treffen we elkaar bij mij thuis om de bundel te bespreken. Ik had de verschillende versies van de Engel uitgeprint.

'Zijn er wel elzen in Israël?' vroeg ik hem. Hij haalde zijn schouders op. 'Wat maakt het uit? Het is een mooie alliteratie. En het gaat om het verhaal, Erik. Ik schrijf niet voor The New York Times.' (Hij refereerde hiermee aan de fact checkers van The New York Times. Als een columnist schrijft dat hij ergens gepocheerde eieren heeft gegeten, wordt het etablissement gebeld om te checken of de schrijver daar wel was, op die dag, op dat uur. En als dan blijkt dat hij een omelet heeft besteld, dan wordt de tekst aangepast. Zo ver gaan die fact checkers daar!). Wat het Beest aan die keukentafel baarde was een gedrocht en Joost heeft er jaren aan moeten slijpen en schuren voordat hij er tevreden over was. Het idee kwam uit Peter Ackroyds biografie over de Engelse romantische dichter William Blake die als jongen visioenen had en soms een engel in een boom zag. Een versie van dit verhaal publiceerde hij in een schrijversclub als een kerstverhaal. Later liet hij het in Israël afspelen. Hij bewerkte het tot een hoofdstuk in zijn debuutroman Het huis van Fuad. De uiteindelijke versie die in de bundel is opgenomen is een samenspel van Kerstmis en Israël.

Toch blijf ik erbij dat het een Nederlands verhaal is, met de wind in de els aan het water, een late herfststorm, de boom die zijn bladeren verliest en de zon die door de wolken breekt. In 2006 las hij weer een andere versie voor in een literair café in Utrecht. We zaten aan de bar en dronken bier toen we door kregen dat er uitsluitend dichters optraden. Joost maakte zich zorgen, was het verhaal niet te lang? Toen hij werd aangekondigd gleed hij van de barkruk en baande zich met zelfverzekerde tred een weg door de menigte. Op het podium was hij nerveus, dat kon je horen aan zijn stem. Zijn rechterbeen trilde onophoudelijk. Ik hief ter bemoediging mijn glas in zijn richting, maar dat zag hij niet door het felle spotlight die op hem gericht was.

 

Geleidelijk aan won zijn stem aan kracht en verbaasde hij me met het zelfvertrouwen waarmee hij het publiek bij de hand nam. Ze aten uit zijn hand. Soms fluisterde hij en kon je een speld horen vallen. In de lange pauzes hielden de toehoorders hun adem in. Hij stond daar autonoom zichzelf te zijn. Deze kant van hem kende ik niet. Enige ijdelheid is hem niet vreemd, hij komt graag goed verzorgd voor de dag, maar ook wanneer hij slordig gekleed en met ongekamde haren door het leven gaat, is daarover nagedacht. Maar hij is ook schuw. Toen na het verhaal het applaus losbarstte, schoot hij als een schicht weg uit de lichtbundel en nam weer plaats aan de bar. Er kwamen mensen op hem af (allemaal jonge vrouwen, merkte ik op) die hem feliciteerden en wilden weten wie hij was. Wat hij nog meer geschreven had, waar ze hem konden lezen. Daar kon hij niet goed mee overweg. Hij stond er schuchter en verlegen bij, met een flauwe glimlach en glinsterende ogen.

'Dat was geslaagd,' zei ik toen we weer buiten stonden.

'Ik wantrouw complimenten en iedere vorm van lof,' was zijn reactie. Joost is daarna nooit meer in dat literaire café geweest.

 

 

Please reload

© Uitgeverij Terebint