De making of... De hoer van Horatius / 6

30 Sep 2016

 

6. Gouden munten

 

Wie op zijn naam googelt vindt veel prachtige verhalen, zoals De anjers bloeien en Een kist voor Amos W. Die verhalen zijn niet opgenomen in de bundel, omdat ze al in zijn debuutroman Het huis van Fuad te vinden zijn. Ik heb er bij hem op aangedrongen ook deze twee verhalen op te nemen, maar hij wilde de lezer niet laten betalen voor verhalen die ze al gelezen hadden. Voor Gouden munten maakte hij een uitzondering, omdat alle ingrediënten van Het huis van Fuad in dit verhaal besloten waren en ook omdat hij er een eerste (gedeelde) prijs mee won in een schrijfwedstrijd van een gerenommeerd Belgisch literair tijdschrift. Vijfhonderd euro leverde hem dat op. Het was de eerste keer dat hij iets met schrijven verdiende.

Ik bezocht hem in Israël in het dorp waar hij toen woonde en waar veel van zijn verhalen zich afspeelden. Ik heb kennis gemaakt met Aaron Avrahami, de verwarde beeldhouwer, met Hertha Ruebenfeldt en haar dochter Shoshi in het postagentschap. Ik heb de anjers zien bloeien, wandelingen gemaakt langs de aardbeienvelden en het eucalyptusbos. Ik heb gezien waar de kist van Amos W. werd getimmerd. Het huis van Fuad heb ik gezien. Toen was Joost nog niet bezig met een boek, maar de verhalen had hij al wel. En de graansilo! Die staat er ook nog. Nissim de kruidenier is een product van zijn fantasie, maar een dergelijk kruidenierswinkeltje was er toen wel. Het is allemaal verzonnen, maar zo levensecht, dat het zomaar waargebeurd had kunnen zijn.

Via internet sloot hij zich aan bij een groepje Nederlandse amateurschrijvers en daar ontdekte hij dat schrijven een vak is. Je moet het leren. Er zijn regels en wetten die een verhaal beter maken. Iedere twee maanden stuurde hij een verhaal in en kreeg dan veel nuttige feedback.

Hij herschreef de verhalen en stuurde ze op naar literaire bladen in België en Nederland. Hij werd gepubliceerd. Joost was in zijn nopjes en droomde ervan verhalen of columns te schrijven voor Nederlandse kranten of tijdschriften. Maar die zagen er geen brood in. De tijden dat de Volkskrant korte verhalen van Herman Pieter de Boer publiceerde met tekeningen van Pat Andrea waren lang vervlogen.

Het waren goede tijden, ook al zat hij zonder werk omdat de aanhoudende terreur van de Palestijnen het toerisme naar Israël had doen instorten. Joost schreef en schrapte, schilderde en deed het huishouden. Timmerde meubels en verdiende geen rooie cent.

Op de laatste avond voor mijn terugkeer naar Nederland zaten we in de jacuzzi in de achtertuin, onder de heftig geurende citroenboom en dronken whisky. Ineens vroeg Joost me hoe het met me gesteld was. Hij keek me indringend aan met een intense blik in zijn ogen, alsof hij wilde zeggen: dit wil ik nu echt weten. Ik zat in die periode zelf in een – laten we zeggen – ongemakkelijke fase van mijn leven en hij kende alle ins en outs, maar hoe ik mij daarbij voelde of hoe ik daarmee omging, dat was onbesproken gebleven. Nu wilde hij het weten.

 

Hij luisterde aandachtig naar mijn afgemeten, enigszins formele samenvatting van mijn plannen en voornemens, nam een slok en zei toen: ‘Oké.’

'En jij?' vroeg ik met dezelfde intensiteit.

'Prima,' zei hij. 'Ik vind het heerlijk om thuis te zijn, het eten te koken, de kinderen naar school te brengen. Ik timmer en schrijf en schilder. Op mijn laatste tentoonstelling hier in het buurthuis heb ik werk verkocht. Het gaat goed.'

Maar het ging niet goed, wist ik. Hij zat als een exotische plant in een verwarmde kas en bracht prachtige bloemen voort, maar als je een raam zou openzetten, zou hij verwelken in de tocht. Afgesloten van de realiteit. En buiten waarde het Beest rond, precies zoals in Gouden munten de Dood rondzwerft op het plein voor Fuads huis.

 

 

 

Please reload

© Uitgeverij Terebint