De making of... De hoer van Horatius / 7

5 Oct 2016

 

De oude kern van het afgelegen dorp waar Joost toen woonde, werd uitgebreid met nieuwe wijken vol villa's en twee-onder-een-kapwoningen. De oude bevolking bestond voornamelijk uit Duitse en Irakese immigranten die in een moeizame symbiose de straten en pleinen deelden. Zij bleken een bijna onuitputtelijke bron van inspiratie. Op zijn toenmalige website joostories publiceerde hij meer dan veertig korte humoristische schetsen over een Nederlander in Israël. Grappige verhaaltjes. Niemendalletjes, vond hij zelf.

Ik heb Scotty leren kennen tijdens een van mijn bezoeken aan Israël en het is inderdaad de hopeloos verwarde beeldhouwer, die later als Aaron Avrahami een van de protagonisten in Het huis van Fuad zou worden. Joost beschrijft hem heel precies: warrig haar, vlezige lippen, lang, dun lijf en een atelier dat vol stond met prullen, mallen en onafgemaakt werk. Op het erf achter het huis van de kunstenaar prijkten tientallen reusachtige gedrochten van staal, oud hout, touw en kettingen. De man zat vol verhalen en projecten, allemaal even vreemd en waanzinnig... Zo had hij een aantal jaren eerder de voorpagina's van alle kranten gedomineerd omdat hij ufo's op een braakliggend veld buiten het dorp had gesignaleerd. Ook vertelde hij ons dat hij op de dag dat hij zijn moeder moest begraven een telefoontje kreeg van een medium in Beer Sheva, een hem volstrekt onbekende dame, die hem vertelde dat zijn moeder zojuist tijdens een seance was doorgekomen en had gevraagd of Scotty voor haar hond wilde zorgen en dat er een blik met cash ergens op zolder stond. Dat bleek te kloppen. Dat soort verhalen.

Toch was Scotty verbitterd, omdat de burgemeester geen werk van hem wilde aanschaffen om de nieuwe pleinen en parken van het uitdijende dorp te sieren.

 

Op een regenachtige dag een paar maanden geleden treffen Joost en ik elkaar weer in Amsterdam en bespreken de bundel, waarvoor ik mij nu ook enigszins verantwoordelijk ben gaan voelen. Joost luistert goed naar wat ik in te brengen heb, maar besluit uiteindelijk alles zelf. En dat is goed, want het zijn ten slotte zijn verhalen. Het verhaal Scotty wilde ik in de bundel hebben, Joost niet. 'Een niemendalletje,' meende hij.

'Het is geen niemendalletje, het is een anekdote. En een goede. Dat is ook een facet van jouw schrijverschap,' legde ik uit. Hij zou erover nadenken.

 

 

 

In het verhaal beschrijft Joost een gebeurtenis die vermoedelijk bijna precies zo is voorgevallen. Door de voortdurende terroristische aanslagen was het toerisme naar Israël ingestort en was hij zijn baan kwijtgeraakt. In een oude loods in een dorp verderop ontwierp en timmerde hij tafels en stoelen voor de tuin, plantenbakken, wijnrekken, schommelbanken en verkocht die op de wekelijkse markt. Dat werken met zijn handen en eerlijk materiaal beviel hem uitstekend. Hij schilderde veel en schreef wekelijks een kort verhaaltje over zijn belevenissen als Nederlander, huisvader, echtgenoot, kunstenaar. Helaas leverde al dat werk niet veel op. De financiële situatie van het gezin werd precair en ik zag de eerste barstjes in het glanzende glazuur van zijn huwelijk verschijnen. Joost had niets in de gaten en hobbelde opgewekt in zijn Fiat Rampspoed met de verwarde beeldhouwer door het glooiende landschap naar zijn atelier. Waar niet veel te zien was, maar wat Scotty per se wilde zien. En daar, onder de bewolkte hemel, terwijl straaljagers en gevechtshelikopters overvliegen, vertelt Aaron Avrahami waarom hij eigenlijk Scotty heet.

Ik weet zeker dat ook dit verhaal weer een hoog autobiografisch gehalte heeft. En Joost heeft mijn raad opgevolgd en het in de bundel opgenomen. De rest van mijn adviezen sloeg hij in de wind.

 

Please reload

© Uitgeverij Terebint