De making of... De hoer van Horatius / 9

8 Oct 2016

9. Leven in de bakkerij

 

Voordat hij naar Nederland terugkeerde, moest hij eerst door de zwartste periode in zijn leven. In 2003 verliet zijn vrouw hem of, zoals Joost het noemde, 'zette hem buiten bij het grof vuil'. Dat had hij niet zien aankomen. Om haar terug te winnen schreef hij voor haar gedichten in het Hebreeuws, wat hij anders nooit deed. Op de dag dat hij ontdekte dat hij 99,5 kilo woog, besloot hij daar iets aan te doen. 'Honderd is echt de bloody limit,' schreeuwde hij me toe over een krakende Skypeverbinding. Hij klom op de hometrainer en bande alle vet, suiker en alcohol uit zijn leven. Hij rende rondjes langs de aardbeienvelden en vond werk in een hypermoderne bakkerij op het industrieterrein, net buiten het dorp. Hij werd de ovenman, een slecht betaalde baan, maar hij had geen keus. In het toerisme was er nog steeds geen werk.

Zijn vrouw en kinderen vertrokken naar Tel Aviv, hij vond een klein appartementje in het dorp en het huis met de jacuzzi werd te koop gezet. Hij schreef een verhaaltje, dat niet in de bundel is opgenomen (een 'niemendalletje') over de makelaar.

         

           De makelaar stond voor de deur en glimlachte. Ik dacht even, verrek man, er kruipt een naaktslak over je               lippen, maar nee, dat was zijn glimlach.                                                                                            

                                                                                                                                                                               Mooi huis, juli 2003              

                     

 

In die periode schreef hij de luchtigste verhalen en schilderde hij de zwartste portretten, alsof hij daarmee het noodlot wilde tarten of bezweren, want hij was er ondertussen wel van overtuigd dat het leven nu geen enkele zin meer had. Ik raadde hem aan in therapie te gaan. 'Dat gaat niet gebeuren,' was zijn reactie. Zelfmoord was een geliefd onderwerp van ons, een gemeenschappelijke vriend, zeg maar, maar wel een met onhebbelijke trekjes. Gedrieën trokken we door het leven, dolden met elkaar, stompten elkaar en rolden door het gras. Joost vergelijkt in Het huis van Fuad het plannen van een suïcide met het fantaseren over het winnen van de Staatsloterij.

Een paar jaar eerder werd ik totaal onverwachts ontslagen en voelde ik me zoals Joost nu: bij het grof vuil gezet. Op straat gezet. Mr. Suïcide bonkte op de deur. Ik belde Joost en die loodste de zwalkende boot van mijn gemoed de veilige haven binnen. Van dat gesprek herinner ik me deze beeldspraak nog: 'Je zit in een kamer zonder ramen en de deur zit op slot. Zo voel je je. Er is geen uitweg. Je zit opgesloten. Maar de deur zit niet op slot, Erik... Hij klemt alleen een beetje.'

Nu was het zijn beurt. Ik belde hem op en verzekerde hem: 'De deur zit niet op slot. Hij klemt alleen een beetje.' Toen moest hij lachen en ging in therapie.

Iedere week na de sessie belde hij me om verslag te doen. De psychologe was een niet onaantrekkelijke vrouw, achter in de dertig, onrustige huid (zeg maar: puistjes) en lichtelijk gestrest, omdat hij zoveel druk bij haar op de ketel zette. Ik wil beter worden, wat moet ik doen? Zeg mij wat ik moet doen! Een dieet? Een berg beklimmen? Zeg het en ik doe het. Maar zo werkt het niet, het heeft tijd nodig, zei het arme mens keer op keer. Ze stuurde hem naar een psychiater vanwege zijn suïcidale plannen, die toch vooral romantisch van aard waren. Het aloude gevoel van Weltschmerz. En hoe heette die psychiater? Dokter Mittelpunkt. 'Dat verzin je toch niet, Erik? Mittelpunkt! En voortvarend als Joost kan zijn, ging hij ook te rade bij een seksuoloog, omdat de erecties uitbleven.

 

 

 

En hoe heette die arts? Shmuel Mok, oftewel Sh.Mok en dan moet u weten dat shmok in het Hebreeuws 'lul' betekent. Hoe gek wil je het hebben? En zo rende hij gedurende een maand of drie van psychologe naar psychiater naar seksuoloog. Tussendoor liet hij ook nog even zijn handschrift analyseren door een grafologe (opmerkzaam, attent, rancuneus), bakte hij 's nachts brood in de bakkerij, rende hij rondjes door de boomgaarden en het eucalyptusbos, en schreef hij in de spaarzame vrije uren bitterzoete verhalen over zijn leven in de bakkerij. Je moet het maar kunnen. Na drie maanden verklaarde hij zichzelf genezen en beleefde hij dolle seks met Dorothea.

 

 

Dezelfde Dorothea die hij verzon op zijn zolderkamer aan de Frankrijkstraat te Eindhoven. Dertig jaar heeft die roodharige vrouw door zijn hoofd gespookt en nu heeft ze dan haar plek onder de zon. In het eerste verhaal van de cyclus begeleidt ze hem bij het ochtendgloren met haar dwarsfluit op weg naar zijn werk. Die dwarsfluit was natuurlijk van mij, een kamer beneden hem. In dat huis aan de Frankrijkstraat.

 

 

 

 

Please reload

© Uitgeverij Terebint