De making of... De hoer van Horatius / 11

16 Oct 2016

 

11. De danser

 

 Van dit verhaal weet ik dat Joost het schreef omdat hij het nodig had. Bij het samenstellen van de bundel was hij bezig met de omslag van het boek en daarvoor wilde hij een detail van een door hemzelf vervaardigd schilderij gebruiken. Dat werk schilderde hij rond de eeuwwisseling en stelde een danser en een ballerina voor. De danser droeg een blauwwit gestreepte bodysuit, had zijn gezicht wit geschminkt met koolzwarte ogen en een enorme roodgeschilderde mond, die groter was dan het gezicht. Een bevreemdend en onrustig werk. Dat wilde hij op de omslag. Om wat voor reden dan ook. Er waren alleen twee problemen: de eerste was dat het schilderij ergens in Israël bij iemand aan de muur hing en dat hij daarvan op zijn computer geen goede, scherpe foto had, maar belangrijker nog: hij had geen verhaal dat deze omslag zou kunnen verklaren. Dus schreef hij een verhaal over een danser en een ballerina. Dat was in januari 2015, want de bundel was vrijwel klaar en wilde hij in de lente van dat jaar uitgeven. Toen begon de ellende...

 

 

We hadden al eerder veel strijd gehad over de keuze van de verhalen die in de bundel zouden worden opgenomen. Hij wilde alleen de allerbeste verhalen en geen humoristische schetsen, de 'niemendalletjes', terwijl die juist ongelooflijk grappig zijn. Toen onze keuze bepaald was, gingen we nadenken over de lay-out. We bedachten dat het deze keer een mooi boek moest worden, mooi gemaakt, met een harde kaft en een papieren stofomslag. Een luxe editie, een gelimiteerde oplage. Een collectors item, alleen voor fijnproevers. Dus nam hij een ontwerper in de arm, een jonge kunstenaar die er voor een zacht prijsje iets moois van wilde maken om het in zijn portfolio te kunnen opnemen. Hij gaf Nuno Beijinho de vrije hand en verloor daarmee ook totaal de regie. De publicatiedatum werd voortdurend uitgesteld, het boek werd steeds duurder, vanwege de kaft, de losse stofomslag, dikker papier, de hoge kwaliteit. Geduld is niet een eigenschap waar Joost om bekend staat. Hij had het moeilijk. En het boek werd steeds duurder en Joost steeds chagrijniger.

'Als het te duur wordt, maak je toch gewoon weer een paperback?’ stelde ik voor. Dat wilde hij niet. 'Steek die paperback maar in je reet,' was zijn kordate reactie. Maar hij twijfelde.

Een paar weken geleden brachten we een bezoek aan de drukker om te kijken of dat mooie, dure boekje goedkoper kon. 'Wie betaalt er nu 39 euro voor zo'n dun boekje? Hoe mooi en exclusief het ook gemaakt is,' vroeg hij zich vertwijfeld af.

'Geen hond.'

'Het wordt geen dun boekje. Ik heb het nagerekend. De rug wordt zeker 17 mm. Bijna twee centimeter. Dat is heel behoorlijk.'

Vanachter het stuur van zijn auto werpt hij me een blik vol hatelijk vuur toe, maar houdt zich in. Dat zijn onze rollen, ik ben van de millimeters, hij van de grote gebaren. Ik speel de advocaat van de duivel, draag voortdurend nieuwe argumenten aan om toch de dure versie van De hoer van Horatius te maken. Onderweg naar huis ontaardt onze discussie in een fel duel, een hoogoplopende ruzie, zoals we die maar zelden hebben. De schorpioen in Joost kan gemene, onverwachte steken uitdelen. Ik pareer zijn pessimisme met welluidende justificaties, andere beweeggronden en consideraties. Hij spuugt erop. 'Het is te veel geld,' werpt hij voortdurend tegen, maar voegt er dan aan toe: 'Ik hoef er niet aan te verdienen, maar ik wil wel uit de kosten komen.'

'Ook als het niet kostendekkend zou zijn, vind ik dat je het moet doen. Het is een kunstwerk, een monument, je doet dit voor jezelf. Je bent het aan jezelf verplicht. Mensen zullen de kwaliteit herkennen en het boekje koesteren.'

 

 

 'Een monument?!' schreeuwt hij. ‘Wat ben ik? Dood? Sodemieter toch op, man, met je monument.'

In razernij stuurt hij zijn auto de vluchtstrook op, trekt de handrem aan en stapt uit. Heftig zuigend aan zijn sigaret loopt hij langs de berm heen en weer. Hij wil het boek in september uitbrengen, nog een week of zes, zeven en hij kan niet besluiten. Hij wil een leeslint, een kapitaal-bandje, hard linnen kaft, een papieren stofomslag, hoge kwaliteit papier. Een hebbedingetje. Waar niemand zoveel geld voor over zal hebben.

'Het wordt een eenvoudige paperback,' besluit hij ineens.

'Niet doen, Joost. De verhalen zijn het waard,' verzeker ik hem. ‘Je tekeningen ook. Het is niet zomaar een bundel, het is een kunstboek.'

'Kunstboek! Jezus. Jij bent gek. Godverdomse kutklote!'

'En jij bent een vrek.'

'Oké!' schreeuwt hij boven het geraas van het voorbij denderende verkeer uit.

Ik loop op hem af om hem te kalmeren, maar hij stompt mij zo hard op de borst dat ik mijn evenwicht verlies en over de vangrail kieper.

Het was de ultieme daad van afwijzing. Ik had hem te lang op zijn huid gezeten met de samenstelling en planning van de Hoer. Het was zijn project, maar ook het mijne, vond ik. Ik was te dichtbij gekomen. Dit alles schoot door mijn hoofd, terwijl ik op de grond lag en over mijn pijnlijke achterhoofd wreef.

Vanuit zijn suprême hoogte kijkt hij op mij neer. En steekt geen hand uit. 'Jij bent een rat,' slist hij door zijn smalle lippen. 'Jij weet niet wat je wilt, En wie ben jij eigenlijk, Erik Beken? Een pseudoniem! Jij bent mijn multicolored beast.'

'Dat kan wel zijn,' antwoord ik, 'maar je kunt niet zonder mij. Geef mij een hand.'

 

Erik Beken/25 augustus 2016

 

Please reload

© Uitgeverij Terebint