De making of.... De hoer van Horatius / 3

26 Sep 2016

 

3. In de Hof van Eden

 

Toen hij in 1979 met een Israëlische schone trouwde, stopten de brieven. De rumoerige jaren tachtig braken aan. Hij werkte twee jaar in Frankfurt am Mein en bijna een jaar in New York City. Hij maakte carrière bij een Israëlische touroperator. De brieven ploften nog maar zelden op mijn deurmat. Zijn carrière zat zijn creativiteit in de weg. In die tijd dat we nog nauwelijks contact hadden ging ik op zoek naar mijn biologische ouders. Ik wist al sinds mijn jeugd dat ik geadopteerd was en na lang speuren vond ik mijn moeder, een treurige alcoholica in een achterstandswijk, die samenwoonde met een geta-toeëerde man die zijn motor op de binnenplaats met meer egards behandelde dan haar. Hij was niet mijn vader. Dat bleek Peter Schilder te zijn, die kort na mijn geboorte zelfmoord pleegde door zichzelf een overdosis van het een of ander toe te dienen. Mijn moeder gaf mij op voor adoptie, maar gaf mij wel de naam Peter mee. Mijn adoptieouders vonden Erik leuker. Ik had dus zomaar als Peter Schilder door het leven kunnen gaan. Joost vond mijn beide namen (Erik Beken en Peter Schilder) klinken als pseudoniemen. Hij schreef:


           Als we nu in de tijd van Louis Napoleon zouden leven en onze achternamen moesten kiezen, zou jij Floris                Fluit heten en ik Sammy Schrijver. Of Tonnie Tekenaar. Of Karel Kantoor... Dat is nog onbeslist.

                                                                                                                                                                      Brief, Kiron, 5 maart 1988

 

In juni 1988 kwam hij met vrouw en kind naar Nederland. Het was nota bene zijn Israëlische vrouw die uitgezonden werd door haar werkgever. Joost dacht zelf ook wel werk in Nederland te kunnen vinden. Totdat dat lukte was hij huisman.

We hadden elkaar twaalf jaar niet meer gezien en de brieven waren een zeldzaamheid geworden. Tijdens onze schaarse ontmoetingen, meestal in Amsterdam, in een kroeg, moesten we weer aan elkaar wennen en we ontdekten dat we elkaar eigenlijk helemaal niet goed kenden. We hadden elkaar als kinderen, pubers, leren kennen. En later als studenten, maar nu waren we volwassen, getrouwd, met hond en kind. We waren uit elkaar gegroeid en ik zag hoe hij zich ergerde, aan mijn gebrek aan enthousiasme, mijn bedachtzaamheid, (sloom noemde hij het!), mijn twijfels over van alles en nog wat. Ik kan geen knopen doorhakken zoals hij dat kan. Joost raast in een hoog tempo door het leven, grijpt overal wat mee, absorbeert en registreert alles in een fractie van een seconde en snelt dan weer verder.

We wenden aan elkaars mankementen. Hij vertelde mij over zijn multicolored beast. De gruwel die in hem huist, die onder het oppervlak woelt en af en toe als het monster van Loch Ness zijn kop opsteekt en brult. Hij was gelukkig getrouwd met een schat van een vrouw, hij had een prachtig kind. Hij had een baan en verdiende goed. Auto, huis, vakanties. Joost was een keurige man geworden. In zijn vrije tijd schilderde hij. In de keuken. En daar stak de multicolored beast zijn kop op. Hij was geen kunstenaar meer. Hij was een nette meneer met een... hobby. Hij spuugde het woord uit als een bedorven mossel.

 

 

Zijn vrouw werkte altijd tot 's avonds laat en als zijn zoontje lag te slapen, schreef hij sombere brieven aan de keukentafel. Onder hard licht. Uit die brieven zal ik niet citeren. Laat ik alleen zeggen dat uit zijn woorden duidelijk werd dat hij worstelde. Intens gelukkig met alles wat hij had bereikt, maar tegelijkertijd doodongelukkig over alles wat hij niet had bereikt. Wat ook nooit meer zou lukken. Een gemeen-schappelijke vriend van ons, Mr. Suïcide, schoof aan en hielp hem met een nieuw verhaal. In de Hof van Eden is een magisch realistisch verhaal met kafkaëske trekken, waarin de Wrattenverteller de ingestorte brug bewaakt en – als Adam in de Hof van Eden – de dingen namen geeft, waarin de slang Lilith hem verleidt en de paarden-deken wordt overgedragen aan de nieuwkomer, Daud. Spreek uit: Dood. Een griezelig, erudiet verhaal, vol Bijbelse verwijzingen. Hoog gegrepen en, volgens                                                                                                                één recensent, té hoog gegrepen. Beslist u                                                                                                               zelf.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Please reload

© Uitgeverij Terebint