De dood van Murat Idrissi / Tommy Wieringa

1 Apr 2017

De Volkskrant was enthousiast over De dood van Murat Idrissi, maar het NRC had er nauwelijks een goed woord voor over. Dat gebeurt wel vaker. Zo herinner ik mij de vernietigende recensie in het NRC van Dona Tarts Het puttertje, dat De Volkskrant vijf sterren schonk.

Ik kocht Wieringa's laatste, omdat ik benieuwd was naar het boekenweekgeschenk: Makkelijk leven van Herman Koch, vooral omdat hij daarover zo amusant verteld had bij een of andere talkshow. Een vermakelijk boekje, veel meer valt er eigenlijk niet over te zeggen. Ik kocht ook De zonde van de vrouw van Connie Palmen en beleefde daar veel meer plezier aan. Vier essays over beroemde vrouwen met een zelfvernietigingsdrang en met een koket door de auteur niet ontkende autobiografische ondertoon. (“Ik heb veel geheimen,” lachte Palmen geheimzinnig in De Wereld Draait Door.

 

Tommy Wieringa verliet De Bezige Bij vanwege de rel rond Abu Jah-jah en bracht zijn boek uit bij Hollands Diep. Het is interessant te filosoferen over de vraag of hetzelfde boek bij De Bezige Bij er anders uit zou hebben gezien. De recensent van het NRC rapporteert kleine en grote fouten, overdreven beschrijvingen, mooi schrijverij. Misschien hadden de redacteuren van zijn oude uitgever hem daarvoor kunnen behoeden. Van de andere kant is Wieringa een eigenzinnige schrijver die tamelijk vol is van zichzelf en graag zijn kennis etaleert en derhalve niet makkelijk in te tomen zal zijn.

 

Het is een dun boekje, met een groot lettertype en een ruim opgezette bladspiegel, je bent er zo doorheen. Het verhaal is simpel en gebaseerd op een actuele gebeurtenis: twee Marokkaans-Nederlandse meiden op vakantie in het land van hun ouders worden overgehaald een Marokkaanse jongen in de achterbak van hun auto naar Europa te smokkelen, Murat Idrissi, die het dus niet haalt en vandaar de titel van het boek.

Maar voordat hij begint, etaleert Wieringa eerst zijn kennis over de Middellandse Zee, Yam Gadol, in het Hebreeuws, Mare Nostrum in het Latijn en Akdeniz in het Turks en dat weet Tommy natuurlijk. De zuilen van Hercules zijn de Jebel Musa in Afrika en de Rots van Gibraltar in Europa.

Dan begint het verhaal, op de boot van Marokko naar Spanje, met de tengere Murat in de achterbak.

Met veel verwarrende flashbacks en ultrakorte zinnen wordt verteld hoe ze Murat hebben ontmoet en hoe hij in de ruimte van het reservewiel is beland. De personages in het boek komen niet tot leven en de twee hoofdpersonen Ilham en Thouraya spreken pas tegen het eind van het boek tot de verbeelding. Mo, Saleh, Fahd, Driss en Noureddinne blijven schetsen op karton. Ik had er moeite mee, maar uiteindelijk had hij me toch te pakken, die Tommy Wieringa. De wanhoop van die twee jonge vrouwen met een lijk in de auto verbeeldt hij meesterlijk en aangrijpend. En nu snel terug naar De Bezige Bij!

 

 

 

Please reload

© Uitgeverij Terebint