Novels, Tales, Journeys / Alexander Pushkin

16 Apr 2017

“Eens moet je eraan geloven,” schreef ik een tijdje terug. “De grote Russische schrijvers lezen.” Na Ivan Turgenevs Fathers and Sons, heb ik mij op Alexander Poesjkin gestort en kocht een recente bundel van al zijn proza.

Poesjkin wordt beschouwd – op de eerste plaats door de Russen zelf – als de grootste Russische dichter en we kennen zijn naam in werken die op muziek werden gezet door Tchaikovsky (o.a. de opera Eugene Onegin), en Mussorgsky (de opera Boris Gudonov) Rimsky Korsakovs Mozart and Salieri, wat weer de bron was van Amadeus van Peter Shaffer.

 

Over Poesjkin valt heel veel te vertellen en voor de geïnteresseerden is dat allemaal op het internet terug te vinden. Ik beperk me tot de essentie van de essentie.

Geboren in Moskou in 1799 in een militair aristocratisch geslacht dat nog wel aristocratisch was, maar niet meer zo rijk als ze 600 jaar lang gewend waren. Zijn overgrootvader van moeders kant was een Afrikaan uit Kameroen of Abesinië, die als jonge slaaf, later page, cadeau gedaan werd aan de tsaar Peter de Grote die zich over de jongen ontfermde en hem een opvoeding gunde en hem zijn patroniem Petrovich gaf. Poesjkin studeerde aan het speciaal door tsaar Alexander I voor de elite opgerichte lyceum in Tsarkoe Selo. De voertaal was Frans en daar schreef hij zijn eerste gedichten, eerst in het Frans later in het Russisch. De jonge dichter verwierf faam, maar zijn relatie tot de machthebbende elite zou zijn hele leven moeizaam blijven. Hij werd verbannen of ging zelf op reis, werd weer in genade aangenomen, maar ook onder curatele gesteld en zijn werken gecensureerd, omdat hij veel op had met zijn tijdgenoten die pleitten voor grote sociale veranderingen.

 

Een dichter dus, die lange verhalende verzen schreef, maar naar het eind van zijn leven toe, steeds meer een verhalenverteller, een romancier werd. Ik ben het Russisch niet meester, dus moet ik Poesjkin in vertaling lezing en dan gaat mijn voorkeur uit naar de Engelse omdat die veel goedkoper is. Van Oorschot heeft eenzelfde soort bundel samengesteld en die kost € 85,-. Voor de uitgave van A. Knopf telde ik slechts € 28.95 neer.

In de bundel zijn de beroemdste verhalen zijn De Schoppenkoningin en het meeslepende De Kapiteinsdochter. Maar ook de schitterende dorpse pastiches – vanwege de censuur onder pseudoniem gepubliceerde - in De vertellingen van Ivan Petrovich Belkin. Verder las ik in de bundel het verhaal Dubrovsky, waarin we de dood van Poesjkin zien aangekondigd in de beschrijving van een onzinnig duel. (Poesjkin stierf op 36e jarige leeftijd aan een schotwond dat hij opliep in een duel met zijn zwager die een oogje zou hebben gehad op Poesjkins echtgenote).

 

Eens moet je eraan geloven. Rusland, o Rusland... Heerlijk.

 

PS En bent u er nog niet aan toe, die grote oude Russen, begin dan met Michel Krielaars Het brilletje van Tsjechov, waarover ik schreef in mei 2014. (zie de geschiedenisbalk hiernaast).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

portret van Poesjkin door Vasily Tropinin, 1827 

Please reload

© Uitgeverij Terebint