De bekeerlinge / Stefan Hertmans

10 Jul 2017

Stefan Hertmans (Gent, 1951), schrijver dichter en essayist brak door met zijn roman over de Eerste Wereldoorlog Oorlog en terpentijn uit 2013. (zie mijn recensie van April 2014).

Nu verrast hij ons met een meesterlijk mooi geschreven verhaal over een bekeerlinge aan het eind van de 11e eeuw, de tijd waarin Urbanus II in Clermont oproept tot de eerste Kruistocht. Dankzij veel research (hij schreef het boek tussen 1994 en 2016) slaagt Hertmans erin een geloofwaardig verhaal te vertellen. De auteur probeert de reis te volgen van een jong christelijk meisje dat verliefd wordt op de zoon van een rabbijn en met hem samen op de vlucht slaat.

 

Hertmans baseert zijn verhaal op een document uit die tijd dat gevonden werd in de genizeh van de Ben Ezra synagoge in Caïro. De genizeh is een soort zolder of vliering waarin alle documenten werden opgeslagen waar het woord Jahweh op stond. Te vergelijken met het Amerikaanse In God We Trust, het obligate May God bless this wonderful nation. In de jaren zestig schreven wij boven ieder werkstuk dat wij op school inleverden: AMDG Ad maiorem Dei Gloriam - Tot de meerde glorie van God). Kom daar nog maar eens om.

Hoe dan ook, die documenten mochten niet vernietigd worden vanwege de goddelijke aanwezigheid op het papier. Soms werden de papieren plechtig begraven om ruimte te maken. In 1753 wist men al van het bestaan van de genizeh, maar het zou tot 1896 duren tot Solomon Schechter de ongeveer 300.000 documenten naar Cambridge zou brengen. Een van de documenten is een uitvoerige brief van aanbeveling in het Hebreeuws van de hand van een rabbijn in Monieux die de lezer verzoekt de jonge vrouw (de bekeerlinge) te helpen en onderdak te verlenen.

 

Veel meer is het niet, maar het feit dat deze brief in Caïro werd gevonden, betekent dat deze jonge vrouw daar moet zijn beland. Waarom? En wat gebeurde er in 1090 in Monieux ten noordoosten van Avigon? Hertmans zoekt het uit, brengt er jarenlang zijn vakanties door, vindt restanten van een synagoge, een mikveh (ritueel bad) en stelt zich voor hoe de eerste kruisridders met hun gevolg van duizenden verkrachtende, plunderende en brandstichtende boeren en buitenlui langs en door het dorp trokken.

 

Hertmans schetst een volkomen aannemelijke geschiedenis van een bekeerlinge, een jonge moeder, die moet vluchten voor de Christelijke haat, de brandstapel, het nonnenklooster en denkt haar verloren geraakte kinderen in Jeruzalem (Yerushelaim) in de handen van de kruisridders terug te vinden. Onderwijl vertelt Hertmans over zijn eigen speurtocht naar mogelijke routes over land en over zee die de bekeerlinge zou kunnen hebben afgelegd.

 

Na de laatste pagina was ik zo hongerig naar meer informatie over deze tijd dat ik terugkeerde naar The Great Sea van David Abulafia en de hoofdstukken herlas over de handel in de 10e en 11e eeuw en de vaarroutes tussen Marseille, Palermo en Alexandrië, dezelfde vaarroutes waar de bekeerlinge gebruik van zou hebben gemaakt. En ik pakte de biografie van Yehuda Halevie er bij, die veertig jaar later dezelfde reis maakte en waarvan ook gewag werd gemaakt in een van die documenten in de genizeh van de Ben Ezra synagoge. (Zie mijn recensie van september 2014).

Dat soort boeken, daar houd ik wel van.

 

 

 

 

Please reload

© Uitgeverij Terebint